Gerechtelijke fase
De zaak wordt bij dagvaarding aanhangig gemaakt bij de vrederechter, met inachtname van een dagvaardingstermijn van vijftien dagen.
Op de inleidingszitting moet de gedagvaarde partij meedelen of zij de wettigheid van de onteigening al dan niet betwist.
De vrederechter doet binnen drie maanden na de inleidingszitting uitspraak over de wettigheid van de onteigening.
Wanneer de vrederechter oordeelt dat de onteigening wettig is, stelt hij in dat vonnis de deskundige aan en omschrijft hij diens opdracht met betrekking tot de opmaak van een adviserend verslag over de definitieve vergoeding.
Binnen vijftien dagen na het overmaken van de plaatsbeschrijving door de deskundige, doet de vrederechter uitspraak over de provisionele vergoeding.
Na het overmaken van het deskundig eindverslag houdende het advies over de definitieve vergoeding, kan de meest gerede partij de vrederechter om de instaatstelling verzoeken van de beoordeling van de definitieve onteigeningsvergoeding.
De vrederechter doet uitspraak over de definitieve onteigeningsvergoeding binnen vijf maanden volgend op het verzoek tot instaatstelling.