Blogberichten
Onze blogberichten proberen de juridische actualiteit in het omgevingsrecht, het bestuursrecht en het vastgoedrecht op de voet te volgen.
04-11-2026
Tegen een omgevingsvergunning staat, allereerst, administratief beroep open bij de deputatie van de provincie . Een derden beroep wordt ingesteld binnen een, vervaltermijn van 30 dagen. De termijn gaat in de dag na de dag van de aanplakking van de OMV op het terrein. Dergelijk beroep heeft schorsende werking. Het administratief beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.[1]
Na het instellen van het administratief beroep, beschikt de provinciale omgevingsambtenaar over 30 dagen om mee te delen of het beroep volledig en ontvankelijk is. Na deze mededing start de beslissingstermijn van de deputatie. De deputatie neemt over het beroep een beslissing binnen 120 dagen. De deputatie moet beslissen binnen deze termijn. Of er komt een formele beslissing, of er komt een stilzwijgende afwijzing van het beroep – en dan wordt zij geacht te hebben ingestemd met de motieven van de stad die hebben geleid tot de OMV.
De beslissingstermijn van de deputatie kan eenmalig van rechtswege met 60 dagen wordt verlengd als n.a.v. wijzigingen aan de aanvraag in graad van beroep (een nieuwe PIV) een nieuw openbaar onderzoek georganiseerd wordt of als er toepassing wordt gemaakt van de techniek van de administratieve lus.
Met de behandeling van het beroepsdossier beschikt de deputatie over volle bevoegdheid. Zij onderzoekt de aanvraag opnieuw in totaliteit, en kan ook andere weigeringsmotieven te berde brengen (dewelke niet worden aangehaald in de administratieve beroepen of in de besluitvorming van de stad). De deputatie kan de aanvraag goedkeuren, wijzigen of afkeuren.
OMV van de deputatie zijn vatbaar voor een jurisdictioneel beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna RvVb). De beroepstermijn bedraagt 45 dagen. De termijn gaat voor administratieve beroepers in de dag na de kennisgeving van de registratiebeslissing (van de OMV) via het Omgevingsloket.
Het beroep werkt, i.t.t. de procedure bij de deputatie, niet opschortend. Voor de RvVb zijn er drie procedures mogelijk: een vernietigingsberoep, een gewoon schorsingsberoep en een schorsingsberoep bij uiterst dringende noodzakelijkheid (hierna UDN). Een vernietigingsprocedure of een schorsingsprocedure kan tezamen in één verzoekschrift of apart worden ingesteld. Een verzoek tot vernietiging moet wel altijd binnen de 45 dagen worden ingesteld.
De beroepstermijn laat zich moeilijk voorspellen. Dit is afhankelijk van de complexiteit van de aangehaalde middelen in het verzoekschrift. Een vernietigingsprocedure neemt ongeveer één jaar tot anderhalf jaar in beslag. Indien aanvullend de schorsing wordt gevorderd, gaat de vernietigingsprocedure on hold. Voor de gewone schorsingsprocedure moet 4-6 maanden extra worden geteld. Bij een verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid volgt er normaal binnen de week na het neerleggen van het verzoekschrift een uitspraak bij arrest.
Een eindarrest kan worden aangevochten met een cassatieprocedure voor de Raad van State (hierna RvS). Deze procedure wordt niet zo gauw ingesteld. De procedure schort evenmin op, en de kans op succes is eerder klein. Indien het beroep toelaatbaar wordt verklaard, kan de totale duur bij de RvS worden geraamd op anderhalf jaar.
Op grond van art. 35 OVD mag van een OMV gebruik worden gemaakt als de aanvrager niet binnen een termijn van 35 dagen, die ingaat na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep bij de deputatie. Door een administratief beroep wordt de uitvoerbaarheid van de bekomen OMV opgeschort, en dit totdat de deputatie het beroep heeft verworpen. De uitvoerbaarheid van de OMV wordt dus opgeschort tijdens de administratieve beroepsprocedure.
Een OMV van de deputatie is uitvoerbaar vanaf de dag nadat de beslissing werd betekend via het Omgevingsloket. Het beroep bij de RvVb heeft geen schorsende werking. Het uitvoerbaar karakter van een OMV van de deputatie kan enkel worden weggenomen door een schorsingsarrest van de RvVb, na een gewoon schorsingsverzoek of na een verzoek tot schorsing bij UDN.
Nadat een vergunningshouder van een jurisdictioneel beroep bij de RvVb in kennis is gesteld, wordt hij voor de keuze geplaatst om de procedure al dan niet af te wachten. De bekomen OMV is op dat ogenblik immers precair en niet definitief.[2]
Het procesrisico dient te worden ingeschat. Na een vernietiging van de OMV komt het dossier in principe terug bij de deputatie.[3] De deputatie moet vervolgens de administratieve procedure hernemen. Zij zal partijen opnieuw horen en een tweede besluit treffen over het administratief beroep. Door de vernietiging is het eerste besluit uit het rechtsverkeer verdwenen. De deputatie moet alleszins rekening houden met de vernietigingsmotieven van de RvVb, dewelke gezag van gewijsde hebben.
Bij ‘herstelbare’ onwettigheden (bijv. een motiveringsgebrek, vormgebrek, onzorgvuldigheid,…) kan de vastgestelde onwettigheid worden geregulariseerd. Dit door een aanpassing van de plannen met een nieuwe PIV, een meer omstandige motivering of een bijkomende studie, etc.. De deputatie kan de OMV dan opnieuw toekennen aan de aanvrager.
Anders is het gesteld met ‘legaliteitsbeletselen’. Deze zijn in principe nietherstelbaar. Aan de deputatie rest dan doorgaans geen andere optie dan een weigering af te leveren. In het tweede geval kan het problematisch zijn als er reeds uitvoering werd of wordt gegeven aan de OMV. Het project kan finaal onvergund achterblijven, met mogelijke gevolgen op het vlak van bestuurlijke handhaving, burgerlijke- of correctionele aansprakelijkheid van de eigenaar, bouwheer en exploitant.
Wij zijn steeds bereid om u te adviseren tijdens het doorlopen van uw vergunningentraject.
[1] Art. 55 decreet betreffende de omgevingsvergunning dd. 25.04.2014 (hierna OVD).
[2] Daargelaten dat zelfs na een definitieve OMV, altijd de kans bestaat dat de burgerlijke rechter de OMV buiten toepassing laat op grond van art. 159 Grondwet. Deze exceptie van onwettigheid is immers niet onderworpen aan een tijdsbeperking.
[3] In zeer uitzonderlijke gevallen weigert de RvVb in haar arrest zélf de OMV. Op grond van artikel 37, §2 DBRC-decreet kan de RvVb haar arrest in de plaats te stellen van de nieuw te nemen beslissing, gelet op de gebonden bevoegdheid van de deputatie.