Artikels Circulex

Verplichte koppeling bindende termijn en ambtshalve uitvoering aan herstelmaatregel

Het arrest van 8 september 2020

In het arrest van 8 september 2020 met nummer P.20.0221.N/1 oordeelt het Hof van Cassatie dat een rechter die een overtreder veroordeelt wegens één van de misdrijven, bepaald in artikel 20, § 1, Vlaamse Wooncode, verplicht is de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen te machtigen: 

  1. om de herhuisvestingskosten te verhalen op de overtreder. 
  2. om ambtshalve tot uitvoering over te gaan voor het geval dat de herstelmaatregel door de overtreder niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn wordt uitgevoerd.

De Vlaamse Wooncode

Artikel 20bis, § 1, Vlaamse Wooncode bepaalt:

“Naast de straf kan de rechtbank de overtreder bevelen om werken uit te voeren om de woning, het pand dat het gebouw met de aanwezige woonentiteiten omvat, of de specifieke woonvorm als vermeld in artikel 5, § 3, eerste lid, te laten voldoen aan de vereisten en normen, vastgesteld met toepassing van artikel 5. Als de rechtbank vaststelt dat de woning niet in aanmerking komt voor werkzaamheden, of dat het gaat om een goed als vermeld in artikel 20, § 1, tweede lid, beveelt ze de overtreder om er een andere bestemming aan te geven overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening of om de woning of het goed te slopen,
tenzij de sloop ervan verboden is op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen. Dat gebeurt ambtshalve of op vordering van de wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de woning, het pand of het goed ligt.
De rechtbank bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen en kan, op vordering van de wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen, eveneens een dwangsom bepalen per dag vertraging in de tenuitvoerlegging van de herstelmaatregelen. De termijn voor de uitvoering van de werken bedraagt maximaal twee jaar.”

Artikel 20bis, § 7, eerste lid, Vlaamse Wooncode bepaalt:

“Voor het geval dat de herstelmaatregelen door de overtreder niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn worden uitgevoerd, beveelt het vonnis van de rechter, bedoeld in §§ 1 en 5, dat de wooninspecteur, het college van burgemeester en schepenen of eventueel de burgerlijke partij, ambtshalve in de uitvoering ervan kan voorzien.”

Uit deze bepalingen volgt volgens het Hof van Cassatie dat, indien de rechter een herstelmaatregel beveelt in de zin van artikel 20bis, § 1, eerste lid, Vlaamse Wooncode, hij verplicht is om een termijn te bepalen voor de uitvoering ervan welke niet meer dan twee jaar mag bedragen en om de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen te machtigen tot ambtshalve uitvoering voor het geval dat de herstelmaatregel door de overtreder niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn wordt uitgevoerd.

Artikel 20bis, § 8, eerste lid, Vlaamse Wooncode bepaalt:

“In geval van veroordeling wegens één van de misdrijven, bepaald in artikel 20, § 1, machtigt het vonnis van de rechter, bedoeld in §§ 1 en 5, de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen om de kosten, vermeld in artikel 17bis, § 2 te verhalen op de overtreder.”

Uit deze bepaling volgt volgens het Hof van Cassatie dat, indien de rechter veroordeelt wegens één van de misdrijven, bepaald in artikel 20, § 1, Vlaamse Wooncode, of daarvoor de opschorting van de uitspraak van de veroordeling gelast, hij verplicht is de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen te machtigen om de herhuisvestingskosten, vermeld in artikel 17bis, § 2, Vlaamse Wooncode, te verhalen op de overtreder.

Conclusie

Bij een veroordeling voor misdrijven die worden gesanctioneerd door artikel 20bis, § 1, Vlaamse Wooncode zal de rechter bij het opleggen van een herstelmaatregel ook steeds de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen moeten machtigen om de herhuisvestingskosten te verhalen op de overtreder en om ambtshalve tot uitvoering over te gaan voor het geval dat de herstelmaatregel door de overtreder niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn wordt uitgevoerd. 

Het arrest kan u hier terugvinden.

Met de bijstand van een gespecialiseerd raadsman kan u nagaan of het bestuur de procedurele voorschriften wel heeft gevolgd, en of de aanspraken van het bestuur al dan niet gegrond zijn.

Afhankelijk van de aard van de gekozen maatregel kunnen de gevolgen immers zeer verstrekkend zijn!

Contacteer ons vrijblijvend voor een eerste gesprek.