Blogberichten
Onze blogberichten proberen de juridische actualiteit in het omgevingsrecht, het bestuursrecht en het vastgoedrecht op de voet te volgen.
19-02-2021
Volgens een vaste rechtspraak van de Raad voor Vergunningbetwistingen (hierna RvVb) kan een RUP worden aangevochten op grond van art. 159 Grondwet[1]. Deze techniek laat het toe om een RUP alsnog ter discussie te stellen voor de RvVb, zelfs lang nadat de proceduretermijn van 60 dagen bij de Raad van State is verstreken.
U dient voor de RvVb de exceptie van onwettigheid van art. 159 Grondwet in te roepen tegen een RUP indien het RUP de rechtsgrond vormt voor het afleveren van de vergunning. Het voordeel is dat u niet eerst het RUP dient aan te vechten voor de Raad van State:
Indien de rechtsgrond van het RUP verdwijnt, valt een vergunningsaanvraag doorgaans terug op de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. Die bestemmingsvoorschriften zijn niet zelden onverenigbaar met een project dat u bestrijdt voor de RvVb.
Het bestrijden van een RUP vormt geen eenvoudige opdracht.
Laat u bijstaan door een gespecialiseerd advocaat.
Contacteer ons vrijblijvend voor een afspraak of eerste advies.
[1] De hoven en rechtbanken passen de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zoverre zij met de wetten overeenstemmen.
[2] RvVb van 29 mei 2018 met nummer RvVb/S/1718/0906.
[3] RvVb van 28 maart 2017 met nummer RvVb/S/1617/0716.
[4] RvVb van 3 december 2020 met nummer RvVb-A-2021-0366.