Artikels Circulex

Beroep tegen weigering opname vergunningenregister

Een verzoek tot opname van een constructie in het vergunningenregister als 'vergund geacht' moet worden ingediend bij de gemeente. 

Tegen een weigering tot opname staat beroep open bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. 

Maar heeft dergelijk beroep wel altijd zin?

Beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen

Een procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft enkel zin indien gegronde wettigheidskritiek kan worden aangevoerd.

Bij een vastgestelde onwettigheid kan de Raad overgaan tot de vernietiging van weigeringsbesluit van de gemeente. 

Het dossier gaat dan terug naar de gemeente, die opnieuw moet beslissen over de aanvraag.

Uiteraard moet de gemeente rekening houden met de vernietigingsmotieven van de Raad. 

In het beste geval wordt de aanvraag dan wél goedgekeurd. 

Deze procedure neemt al gauw 1 jaar- 1,5 jaar in beslag, en vergt heel wat prestaties, zodat zij niet lichtzinnig kan worden ingesteld.

Onderzoek- en motiveringsplicht van de gemeente

Indien een bestuur de opname in het vergunningenregister weigert, moet het bewijsmateriaal van de aanvrager in de weigering tot opname afdoende worden weerlegd.[1] 

Ook met getuigenverklaringen moet rekening worden gehouden.[2]

Het bestuur dat met een aanspraak op het vermoeden van vergunning geconfronteerd wordt, moet het haar voorgelegde bewijsmateriaal aan een zorgvuldig onderzoek onderwerpen. Die beoordeling moet uitdrukkelijk in de motivering van zijn beslissing verwoord worden. Uit de motieven van de beslissing moet blijken waarom het bestuur de voorgelegde stukken al dan niet bewijskrachtig (genoeg) vindt.[3]

“Afdoende” wil zeggen dat de motivering draagkrachtig moet zijn, dat wil zeggen dat de motieven moeten volstaan om de beslissing te verantwoorden teneinde de belanghebbende in staat te stellen om met kennis van zaken te oordelen of het zin heeft zich in rechte tegen de beslissing te verweren.[4]

Een bestaand vergund geachte functie dient te worden beoordeeld in functie van de scharnierdatum van 9 september 1984.[5]

Zij moet daarbij onder meer rekening houden met het feit dat “de vermoedens niet van toepassing zijn op illegale aanpassingen aan vergund geachte constructies, dewelke werden aangebracht na de eerste invoering van het gewestplan”.[6]

Bewijselementen grondig onderzoeken

Uit de door de gemeente opgegeven motivering moet blijken dat de aangebrachte bewijselementen allen in het onderzoek werden betrokken. 

Welke bewijsmiddelen kunnen hiervoor aangewend? 

De decreetgever geeft aan dat, telkens wanneer het vergunningenluik van het DRO verwijst naar “rechtens toegelaten bewijsmiddelen”, daarmee de bewijsmiddelen uit het Burgerlijk Wetboek worden bedoeld:

  • de authentieke akte
  • de onderhandse akte en bepaalde geschriften met gelijkaardige bewijswaarde
  • andere geschriften (“begin van schriftelijk bewijs”)
  • de gerechtelijke bekentenis
  • de eed (in 2 vormen)
  • de getuigenverklaring
  • het gerechtelijk deskundigenbericht
  • de mondelinge buitengerechtelijke bekentenis, c.q. de aanwijzingen waaruit een vermoeden kan worden afgeleid. [6]

Besluit

Een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen is niet altijd de beste optie.

Dikwijls is het meer aangewezen om een nieuw dossier in te dienen.

Dit hangt af van de motivering van de gemeente en de bewijselementen die bijkomend kunnen worden verzameld.

Circulex is gespecialiseerd in deze materie.

Contacteer ons geheel vrijblijvend voor een eerste analyse van uw dossier.

[1] Parl.St.Vl.Parl. Stuk 2011 (2008-2009) – Nr. 1, p. 89.

[1] RvVb van 1 oktober 2020 met nummer RvVb-A-2021-0112.

[2] RvVb van 3 maart 2020 met nummer RvVb-A-1920-0601.

[3] RvVb van 3 september 2020 met nummer RvVb-A-2021-0014.

[4] RvVb van 3 september 2020 met nummer RvVb-A-2021-0014.

[5] RvVb van 10 december 2019 met nummer RvVb-A-1920-0339 en Parl.St. Vl.Parl. Stuk 2011 (2008-2009) – Nr. 1, p. 111.

[6] Parl. St., Vl. Parl. 2008-09, stuk 2011, nr.1, p.107, nr. 350.