Blogberichten
Onze blogberichten proberen de juridische actualiteit in het omgevingsrecht, het bestuursrecht en het vastgoedrecht op de voet te volgen.
Artikel 66, §3, tweede lid van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (hierna: OVD) bepaalt:
“Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt het beroep of worden de beroepen geacht te zijn afgewezen en wordt de bestreden beslissing als definitief aanzien.”
Uit die bepaling volgt dat het verstrijken van de toepasselijke decretale vervaltermijn om te beslissen van rechtswege leidt tot een stilzwijgende afwijzing van het beroep.
Aldus bevestigt de Raad van State dat de stilzwijgende afwijzing van het bestuurlijk beroep tegen een uitdrukkelijke vergunningsbeslissing in eerste aanleg, op grond van artikel 66, §3, tweede lid OVD, twee vergunningsbeslissingen in het rechtsverkeer doet ontstaan:
De deputatie wordt, althans in die situatie, geacht ingestemd te hebben met de motieven van de uitdrukkelijke vergunningsbeslissing in eerste aanleg.
De termijn om de Raad te vatten met een verzoek tot vernietiging bedraagt 45 dagen.
Procedureel gezien, zijn er de volgende opties:
De actuele doorlooptijd van een 'gewone schorsingsprocedure' kan u hier nagaan.
Een 'UDN-procedure' is meer een procedure om handelingen met onherroepelijke impact, die op enkele weken plaats kunnen vinden, tegen te gaan.
Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek