Blogberichten

Onze blogberichten proberen de juridische actualiteit in het omgevingsrecht, het bestuursrecht en het vastgoedrecht op de voet te volgen.

Beroep tegen stilzwijgende afwijzing van een administratief beroep door de deputatie?

10-09-2024

Stilzwijgende afwijzing administratief beroep

In bepaalde dossiers komt de deputatie binnen de haar toegewezen termijn niet tot een beslissing. Hierdoor worden administratieve beroepen tegen omgevingsvergunningen geacht te zijn afgewezen, en herneemt de bestreden beslissing van het college van burgemeester en schepenen haar uitwerking. Tegen deze stilzwijgende beslissing kan beroep ingesteld worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Inhoudsopgave

Art. 66 OVD

Artikel 66, §3, tweede lid van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (hierna: OVD) bepaalt:

“Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt het beroep of worden de beroepen geacht te zijn afgewezen en wordt de bestreden beslissing als definitief aanzien.”

Uit die bepaling volgt dat het verstrijken van de toepasselijke decretale vervaltermijn om te beslissen van rechtswege leidt tot een stilzwijgende afwijzing van het beroep.

De rechtspraak van de RvS

In zijn arrest van 5 mei 2022 met nummer 253.650 spreekt de Raad van State zich, als cassatierechter, uit over de omvang van het beroep tegen een stilzwijgende vergunningsbeslissing in de zin van artikel 66, §3, tweede lid OVD samen gelezen met artikel 105, §1, 1° OVD. De Raad van State overweegt in zijn arrest onder meer:

“17. Uit wat voorafgaat volgt dat:

  • de met een administratief beroep bestreden uitdrukkelijke beslissing van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg “als definitief aanzien” wordt na het verstrijken van de termijn waarbinnen de deputatie in laatste administratieve aanleg een uitdrukkelijke beslissing moet nemen;
  • de als definitief aangeziene uitdrukkelijke beslissing van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg en niet in laatste administratieve aanleg werd genomen;
  • artikel 66, § 3 tweede lid, OVD de devolutieve werking van het georganiseerd administratief beroep nuanceert in geval van een krachtens het decreet tussengekomen afwijzing van een administratief beroep door daaraan het gevolg te koppelen dat de met het administratief beroep bestreden uitdrukkelijke beslissing in eerste administratieve aanleg genomen beslissing “als definitief [wordt] aanzien”;
  • in dat geval er in de rechtsorde twee beslissingen bestaan: enerzijds een krachtens het decreet stilzwijgende beslissing in laatste administratieve aanleg en anderzijds een uitdrukkelijke beslissing in eerste administratieve aanleg die als definitief moet worden aangezien;
  • artikel 105, § 1 OVD op limitatieve wijze bepaalt welke beslissingen bij de RvVb kunnen worden bestreden en dat is onder meer de stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunningsaanvraag, genomen in laatste administratieve aanleg;
  • in voorkomend geval de deputatie “de verweerder” (artikel 15, 19, 58, 59, 74, 77, 78 van het besluit van 16 mei 2014 van de Vlaamse regering ‘houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’) is die door de stilzwijgende afwijzing van het administratief beroep de motieven voor de uitdrukkelijke vergunningverlening in eerste administratieve aanleg tot de hare heeft gemaakt;
  • het beroep van de verzoeker tegen de stilzwijgende afwijzing van het administratief beroep middelen moet uiteenzetten tegen de motieven voor de uitdrukkelijke vergunningverlening in eerste administratieve aanleg die de verweerder stilzwijgend tot de hare heeft gemaakt.

Een dubbele beslissing

Aldus bevestigt de Raad van State dat de stilzwijgende afwijzing van het bestuurlijk beroep tegen een uitdrukkelijke vergunningsbeslissing in eerste aanleg, op grond van artikel 66, §3, tweede lid OVD, twee vergunningsbeslissingen in het rechtsverkeer doet ontstaan:

  • De stilzwijgende afwijzing van het bestuurlijk beroep in laatste aanleg.
  • De uitdrukkelijke vergunningsbeslissing in eerste aanleg die “als definitief moet worden aangezien”.

De deputatie wordt, althans in die situatie, geacht ingestemd te hebben met de motieven van de uitdrukkelijke vergunningsbeslissing in eerste aanleg.

Graag een afspraak voor een eerste consultatie?

Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek

Maak een afspraak

Procedurele ingang bij de RvVb

Een beroeper die geconfronteerd wordt met een stilzwijgende beslissing in de zin van artikel 66, §3, tweede lid OVD, niet alleen haar vernietigingsberoep formeel moeten richten tegen die stilzwijgende vergunningsbeslissing in laatste aanleg.

Om het rechterlijk beroep ontvankelijk aan te vatten, moet ze een middel uiteenzetten tegen de motieven van de uitdrukkelijke beslissing in eerste administratieve aanleg. Een verzoekschrift dat, in die situatie, enkel middelen ontwikkelt tegen de stilzwijgende beslissing in laatste administratieve aanleg, is onontvankelijk.

Een verzoekende partij die wordt geconfronteerd met een stilzwijgende beslissing, zoals hiervoor bedoeld, moet haar vernietigingsberoep formeel richten tegen die stilzwijgende vergunningsbeslissing genomen in laatste aanleg. Om ontvankelijk te zijn moet het beroep ook minstens één middel omvatten tegen de motieven van de uitdrukkelijke beslissing in eerste administratieve aanleg.[1]

Op stilzwijgende beslissingen is de Motiveringswet niet van toepassing, wel het beginsel van behoorlijk bestuur van de plicht tot materiële motivering. Dit houdt in dat de beslissing steun moet vinden in motieven die in rechte en in feite aanvaardbaar zijn, waarvan het bestaan uit het administratief dossier blijkt.

Beroep tegen stilzwijgende afwijzing van een administratief beroep door de deputatie?

Procedurele opties

De termijn om de Raad te vatten met een verzoek tot vernietiging bedraagt 45 dagen.

Procedureel gezien, zijn er de volgende opties:

  • het indienen van een verzoek tot vernietiging;
  • het indienen van een verzoek tot vernietiging met een gewoon schorsingsverzoek;
  • het indienen van een verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN).

De actuele doorlooptijd van een 'gewone schorsingsprocedure' kan u hier nagaan.

Een 'UDN-procedure' is meer een procedure om handelingen met onherroepelijke impact, die op enkele weken plaats kunnen vinden, tegen te gaan.

[1]RvVb van 30 mei 2024 met nummer RvVb-A-2324-0763.

[2]RvVb van 4 februari 2020 met nummer RvVb-S-1920-0514.

Graag een afspraak voor een eerste consultatie?

Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek

Maak een afspraak